Lactose intolerantie


Lactose-intolerantie is het onvermogen de melksuiker lactose te verteren. Jonge zoogdieren zijn dankzij het enzym lactase in staat lactose om te zetten in de monosacchariden glucose en galactose die wel verteerbaar zijn. Het vermogen dit enzym aan te maken neemt met het stijgen van de leeftijd geleidelijk af, zodat de meeste mensenrassen (en alle zoogdieren) op volwassen leeftijd lactose-intolerant worden.

Lactose-intolerantie is iets anders dan koemelkallergie, één van de meest voorkomende allergieën. Bij een allergie is het een eiwit dat het afweersysteem in werking zet, en ook een geringe hoeveelheid daarvan kan tot een levensbedreigende toestand leiden.

Symptomen

Lactose is een stof met een hoge osmotische waarde en kan bovendien als voedingsbodem voor bepaalde soorten bacteriën dienen. Het eerste bemoeilijkt in de dunne darm de opname van water, zodat de inhoud en de transportsnelheid toeneemt, met krampen (buikpijn), misselijkheid en ‘gerommel’ als voelbare symptomen. In de dikke darm volgen andere problemen: bepaalde bacteriën fermenteren de lactose waarbij koolzuurgas, waterstofgas en organische zuren vrijkomen. Ook dit veroorzaakt buikpijn, en daarnaast winderigheid en in ernstige gevallen waterige diarree.

Voorkomen

Lactose komt niet alleen voor in melk en melkproducten, maar ook vaak als goedkope vulstof bij kant-en-klaargerechten, bouillonblokjes, brood, broodjes, worst enz. Zelfs in medicamenten kan lactose zitten, bijvoorbeeld in de anticonceptiepil.

Genetica

Alleen mensen van het europide ras kunnen lactose in meerderheid op volwassen leeftijd verteren, dit wordt ook wel lactase-persistentie genoemd. Maar ook in Europa zijn volgens schattingen 10 tot 15% van alle mensen lactose-intolerant.

Baby’s krijgen bij de geboorte voldoende lactase mee om de lactose in melk te kunnen verteren. Het is voor de mens eigenlijk heel gewoon dat de lactaseproductie vanaf een leeftijd van een paar jaar continu afneemt omdat dan geen lactose meer verteerd hoeft te worden. Maar in de laatste eeuwen zijn de Europeanen (en ook hun afstammelingen, de Amerikanen en Australiërs) steeds meer melkproducten gaan consumeren, zodat het grootste deel van hen nu hun hele leven lactase produceert. Daardoor wordt lactose-intolerantie in deze landen als aandoening gezien, hoewel het eigenlijk de natuurlijke toestand is.

Andere oorzaken

Hoewel lactose-intolerantie (tot op zekere hoogte) dus een normale toestand is, kunnen er ook bijzondere oorzaken voor zijn. Zo is er een aangeboren defect waardoor een pasgeborene het enzym lactase niet aanmaakt. Dit is uiteraard een zeldzame aandoending. Daarnaast is er nog een groep aandoeningen die leiden tot secundaire lactose-intolerantie, bijvoorbeeld door operatieve verwijdering of bestraling van de dunne darm, door darmparasieten (Giardia lamblia, Rotavirus, Candida albicans) of na een periode van ondervoeding.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Om de diagnose lactose-intolerantie te stellen wordt meestal één van de volgende onderzoeken gedaan:

Waterstof-ademtest

Bij dit onderzoek wordt het H2 (waterstof) in de uitgeademde lucht gemeten. U wordt eerst gevraagd om nuchter door een soort rietje te blazen. In de uitgeademde lucht wordt de hoeveelheid waterstofgas bepaald. Vervolgens krijgt u een suikeroplossing te drinken met een bekende hoeveelheid melksuiker (lactose). Waterstofgas wordt door darmbacteriën geproduceerd tijdens de afbraak van koolhydraten (suikers). Dit waterstofgas wordt opgenomen door het bloed, passeert vervolgens de longen en wordt dan uitgeademd. Door op verschillende tijden na het drinken van de suikeroplossing de hoeveelheid waterstofgas in de uitgeademde lucht te bepalen, kan duidelijk worden of er sprake is van een lactose-intolerantie.

Lactose Tolerantie Test (LTT)

Bij dit onderzoek krijgt de patiënt een bepaalde hoeveelheid lactose, soms in de vorm van melk. Omdat lactose een soort suiker is, wordt dit – wanneer voldoende verteringsenzym lactase aanwezig is – verteerd. Na vertering worden de suikerdeeltjes in de darm opgenomen waarna ze in het bloed terechtkomen. Het bloedsuikergehalte zal daardoor stijgen.
Bij een lactose-intolerantie is niet voldoende lactase aanwezig om het lactose te verteren. De suikerdeeltjes komen niet in de darm en het bloed terecht. Men kan dit meten door op verschillende momenten bloed af te nemen en het bloedsuikergehalte te meten. Wanneer het bloedsuikergehalte niet stijgt, kan men een lactose-intolerantie vaststellen.

Eliminatie-provocatie test

Wanneer er klachten zijn die wijzen in de richting van een lactose-intolerantie wordt eerst een lactose-vrije voeding (eliminatie) voorgeschreven. Als de klachten verminderen of verdwijnen is dit een duidelijke aanwijzing dat er sprake kan zijn van lactose-intolerantie. Na enige tijd wordt dan opnieuw een hoeveelheid lactose met de voeding geïntroduceerd (provocatie). Wanneer de klachten dan weer terugkomen, kan men definitief een lactose-intolerantie vaststellen. Wanneer de klachten na gebruik van een lactose-vrije voeding niet verdwijnen, betekent dit dat het lactose niet de oorzaak van de klachten is.

Er zijn nog enkele andere methoden om een lactose-intolerantie vast te stellen, deze worden echter veel minder gebruikt dan bovenstaande methoden.

Wat is de behandeling bij een lactose-intolerantie?

Een primaire lactose-intolerantie is een chronische aandoening, waardoor levenslang een lactosevrije of lactosebeperkte voeding gebruikt moet worden. Ook bij een congenitale lactose-intolerantie is een levenslang lactosevrije voeding noodzakelijk. Een secundaire lactose-intolerantie is over het algemeen tijdelijk en dat betekent dat er slechts voor een bepaalde tijd een lactosevrije of lactosebeperkte voeding nodig is.

De behandeling bestaat uit het voorkomen van de klachten door het beperken of vermijden van lactose in de voeding. Eventueel kunnen enzympreparaten met het enzym lactase gebruikt worden. Wanneer melk(producten) uit de voeding worden beperkt of zelfs helemaal weggelaten, kunnen tekorten aan calcium en vitamine B2 ontstaan. Het is van belang deze op een andere manier aan te vullen. Begeleiding van een diëtist is hierbij noodzakelijk.

Lactose beperking

De meeste mensen met een lactose intolerantie verdragen wel een beperkte hoeveelheid lactose. Het verschilt per persoon hoeveel dit ongeveer is. Eén tot twee glazen melk per dag veroorzaakt bij veel mensen nog geen klachten. Lactose wordt beter verdragen wanneer het verspreid over de dag en in combinatie met een maaltijd genomen wordt.
In een enkel geval hebben mensen al klachten na inname van kleine hoeveelheden lactose. Een lactose beperkte voeding is dan niet voldoende. Er wordt dan geadviseerd een streng lactose-beperkte of zelfs een lactose-vrije voeding te gebruiken.

Lactose komt vooral voor in:
– alle soorten ‘zoete’ melk;
– smeltkaas, smeerkaas en buitenlandse kazen;
– vla, pap, pudding, yoghurt en kwark;
– roomboter, slagroom, koffieroom, koffiemelk, zure room en crème fraiche;
– roomijs;
– zuivelfrisdranken op basis van wei, zoals Rivella.

Zure melkproducten, zoals karnemelk, yoghurt en kwark, bevatten minder lactose dan gewone zoete melkproducten en worden door veel mensen dan ook goed verdragen.
Nederlandse harde kaas bevat zeer weinig tot geen lactose.

Lactose kan ook voorkomen in andere producten dan zuivel. Fabrikanten gebruiken melkpoeders of melkbestanddelen in bijvoorbeeld: (melk)chocolade, koek, soep, worst, sausjes en snoep. Maar ook andere producten zoals sommige medicijnen of vitaminepreparaten kunnen lactose bevatten Het gaat dan meestal om zeer kleine hoeveelheden lactose, die over het algemeen geen klachten geven. Alleen wanneer absoluut geen lactose verdragen wordt, zoals bij een congenitale lactose-intolerantie, moet ook hier rekening mee gehouden worden.

Om precies te weten in welke producten lactose zit en hoeveel lactose u kunt verdragen is begeleiding van een diëtist nodig. Behalve lactose bevatten melkproducten natuurlijk belangrijke voedingsstoffen zoals calcium en vitamine B2. Wanneer minder of geen melkproducten gebruikt worden’, kunnen tekorten in de voeding ontstaan. Ook hierbij is begeleiding van een diëtist nodig.

Enzympreparaten

Met behulp van een enzympreparaat (bv. Kerulac®) kan lactose-arme melk gemaakt worden uit gewone melk. Dit enzympreparaat bevat lactase.
Daarnaast zijn er ook tabletten (bv. Kerutab®), die het enzym lactase bevatten, die ingenomen kunnen worden voor consumptie van melk(producten). Beide enzympreparaten zijn vrij verkrijgbaar bij de apotheek.

Probiotica

Er zijn producten op de markt die mogelijk een positief effect hebben op de gezondheid van uw darm, de probiotica. Van nature leven er veel verschillende soorten bacteriën in de darm. We noemen dit ook wel de darmflora. De darmflora bestaat uit ’goede’ en ’slechte’ bacteriën. Bij een gezonde en evenwichtige darmflora krijgen de ’slechte’ bacteriën uit de darmflora geen kans klachten te veroorzaken. Als de darmflora uit evenwicht is kunnen de ‘slechte’ bacterien gaan overheersen waardoor er klachten kunnen ontstaan. Probiotica zijn producten waaraan grote hoeveelheden ‘goede’ bacteriën zijn toegevoegd en die daardoor de darmflora van buitenaf kunnen versterken. Probiotica zijn te koop in de vorm van zuivelproducten in de supermarkt (o.a. Yakult, Vitamel, Activia en Actimel). Probiotica zijn in de vorm van capsules verkrijgbaar bij apotheek of drogisterij (o.a. Orthiflor, Acidophilus en Aciforce).
Onderzoek van de afgelopen jaren heeft sterke aanwijzingen, en soms ook bewijzen, opgeleverd dat probiotica sommige maag- en darmklachten kunnen tegengaan. Bij onder andere lactose-intolerantie is gebleken dat regelmatig gebruik van probiotica de klachten kan verminderen. Gebleken is dat de melkzuurbacteriën in probiotica de activiteit van het lactase in de dunne darm stimuleren en bovendien blijken de melkzuurbacteriën in probiotica zelf ook lactase-activiteit te vertonen. Alhoewel de zuivelproducten dus wel een geringe hoeveelheid lactose bevatten veroorzaken zij geen klachten, maar kunnen de klachten zelfs verminderen.

Kefir

Voor het maken van kefir wordt aan koe-, geiten- of schapenmelk kefirkorrels toegevoegd, waardoor fermentatie van de melk optreedt. Ook kan de plantaardige sojamelk gebruikt worden. De optimale fermentatietemperatuur is 10°C tot 25°C. De fermentatie duurt 2-4 dagen, afhankelijk van de temperatuur en de sterkte van de bacteriecultures. Het alcoholgehalte kan afhankelijk van de fermentatieduur 0,2 tot 2 % bedragen. Het vet- en eiwitgehalte is afhankelijk van de gebruikte melk.

Hoewel bij de fermentatie het melksuiker grotendeels omgezet wordt in melkzuur is melkkefir niet geschikt voor mensen die een lactose-intolerantie hebben, omdat nog steeds zo’n 20-50% van de lactose in de kefir aanwezig is.

Category:
Social Bookmarks: - (what´s this?) - spread the word!

Stumble Delicious Technorati Digg Reddit (more bookmarking services)

Geen reacties

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Sorry - comments for this post are closed.